easy web creator

#OOPdoetOOKmee!

Trots op je vak en klaar om uit de schaduw te treden?

Wij staan voor:

  • Passende functieomschrijving
  • Passende waardering
  • Vaste contracten
  • Doorgroeimogelijkheden
  • Gezien worden

OOPdoetOOKmee in Zutphen en Den Haag!
(30 januari 2020)

Ik sta hier namens de OOP’ers: het onderwijs ondersteunende personeel. Het personeel dat het mede mogelijk maakt dat de school draait, en de mensen die de leerlingenzorg bieden: van ICT-er tot onderwijsassistent, van conciërge tot schoonmaker en van orthopedagoog tot administratief medewerker.

Zelf ben ik logopedist en ik werk als ambulant begeleider in het cluster-2-onderwijs. Ik begeleid zowel de leerlingen als hun leerkrachten. En daar knelt het. Omdat de leerkrachten het al druk genoeg hebben met hun dagelijkse onderwijspraktijk. Omdat er eigenlijk geen tijd is voor overleg, scholing, coaching en extra administratie. De groepen zijn te groot, er is teveel werk. Het knelt ook omdat ik mij ondergewaardeerd voel: de doorgroeikansen als OOP’er zijn beperkt en het salaris is niet met de leraren meegestegen. Volgens mij moet dat wel!

Om Passend Onderwijs voor leerlingen te kunnen bieden, hebben leerkrachten, schoolleiders en OOP elkaar nodig. We leunen op elkaar en steunen elkaar, om goed onderwijs te kunnen bieden. Niet alleen de leerkrachten stromen over, ook het ondersteunend personeel stroomt over. Passend Onderwijs werkt op deze manier niet. Het idee er achter is mooi, maar dat kan alleen met passende financiële middelen! Wat ons betreft hoort bij Passend Onderwijs ook een passend salaris en een passende waardering voor het OOP.

Het OOP doet OOK mee. We staan hier samen met jullie, om aandacht te vragen voor de problemen in het onderwijs.

We staan hier voor structureel geld, om de structurele problemen in het onderwijs, structureel op te kunnen lossen. Structureel geld om het lerarentekort op te lossen. Structureel geld voor betere ondersteuning van de zorgleerlingen. Voor kleinere klassen. En voor een passende waardering, hogere salarissen én voldoende doorgroeimogelijkheden voor het ondersteunende personeel.

Ik dank jullie wel. 

Ik ben logopedist en werk als ambulant begeleider bij Kentalis Ambulante Dienst Enschede. De Ambulante Dienst is onderdeel van SO Prof. Huizingschool en Het Maatman College (VSO), voor kinderen met een ernstige communicatieve beperking, ook wel ‘cluster-2-onderwijs’ genoemd. Kentalis is een grote landelijke organisatie voor kinderen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS) en voor slechthorende en dove leerlingen. Kentalis verzorgt diagnostiek, behandeling en onderwijs voor deze kinderen.

Als ambulant begeleider begeleid ik leerlingen met TOS en slechthorende kinderen in het reguliere onderwijs. Ik begeleid ook de leerkrachten en de school in hoe zij deze leerlingen zelf kunnen ondersteunen op hun school. Doel is dat ik mij zo snel mogelijk overbodig maak, zodat de school zelfstandig verder kan met hun leerling. Ik ben tevens werkzaam in de Commissie voor Leerlingenzorg (CvL). Hier ondersteun ik collega’s bij inhoudelijke vragen, bij het inzetten van de juiste leerlingenzorg, bij het goed opstellen van ondersteuningsplannen en met het aanvragen van arrangementen. Daarnaast werk ik 1 dag als behandelend logopedist bij het Spraak-Taal-Ambulatorium van Kentalis De Cirkelboog in Enschede. Dit is een kortdurende behandelvorm, waarbij in 8 behandelweken in een multidisciplinair team onderzocht wordt welke behandelinsteek het beste werkt bij dat specifieke kind met TOS. Het gaat hierbij vaak om kinderen die al jarenlang logopedie hebben en geen vooruitgang meer boeken of op andere manieren vastgelopen zijn.

Ik merk in mijn werk als ambulant begeleider een aantal duidelijke consequenties van het ontbreken van structureel geld in het onderwijs. Ik merk het in mijn werk als ambulant begeleider, omdat het tijd kost om de zorgleerlingen en de leerkrachten goed te begeleiden. En die tijd is er niet. Leerkrachten hebben vaak onvoldoende tijd voor overleg met de ambulant begeleider, onvoldoende tijd om zich uitgebreid in de problematiek van de zorgleerlingen te verdiepen en ook onvoldoende tijd voor de extra administratieve lasten en de extra voortgangs- en evaluatiegesprekken met de ambulant begeleider. De groepen zijn te groot. Er zijn teveel zorgleerlingen. Het is voor leerkrachten al lastig genoeg om het normale werk binnen 1 werkdag af te krijgen. Ze werken structureel over. Het is duidelijk dat je leerkrachten eigenlijk overvraagt.
Verder zie ik dat, doordat de klassen te groot zijn, de (vaak rustige en onopvallende) leerlingen met TOS in de klas vaak niet de aandacht en ondersteuning krijgen die zij nodig hebben. Zij hebben een specifieke benadering en vaak ook aangepaste instructie nodig. Hun leerprestaties blijven anders achter bij hun kunnen. Soms heeft het ook gevolgen voor hun welzijn; voor hun sociaal-emotionele ontwikkeling, sociale contacten en weerbaarheid.
Leerkrachten zijn blij met de individuele leerlingbegeleiding die de ambulant begeleider buiten de klas kan bieden, maar een ambulant begeleider is natuurlijk geen RT-er. De individuele begeleiding richt zich ook niet persé op de lesstof op school, maar vooral op communicatieve redzaamheid, versterken van de sociale en sociaal-emotionele ontwikkeling en psycho-educatie. Het idee is dat wat individueel geleerd wordt aan de leerling, in de klas wordt ingezet door de leerkracht. En ook hier is overleg en coaching voor nodig.
Als ambulant begeleider (en ook als leerkracht!) wil je natuurlijk het beste voor de leerling, maar ik zie ook dat dat vaak niet haalbaar is. Om dit probleem op te lossen is structureel geld nodig, voor kleinere klassen, meer tijd voor scholing, overleg en administratie voor leerkrachten om de ondersteuning voor zorgleerlingen goed te kunnen realiseren.

Ik merk ook dat de financiering voor cluster-2-onderwijs knelt. Het geld voor cluster-2-onderwijs is niet ondergebracht bij het samenwerkingsverband, maar wordt door de cluster-2-scholen zelf beheerd (door SIMEA, een overkoepelend samenwerkingsverband). Het jaarlijkse budget is bevroren op het niveau van oktober 2011, afgestemd op het leerlingenaantal van dat moment. In de afgelopen jaren is er door de JGZ, vrijgevestigde logopedisten en cluster-2-scholen enorm geïnvesteerd in vroegtijdige herkenning en erkenning van de TOS problematiek. Dat is goed gelukt, maar hierdoor moeten we nu meer leerlingen helpen dan het budget toestaat, want dat is niet meegegroeid.
Dit betekent voor de mensen op de werkvloer dat ze niet meer dezelfde leerlingenzorg kunnen leveren als voorheen. Arrangementen moeten sneller worden afgerond, de werkdruk gaat omhoog want er moeten meer leerlingen worden begeleid in hetzelfde aantal uren en bij tijdelijke contracten ontstaat baanonzekerheid. Wat er moet gebeuren is dat de normen moeten worden herzien. Er een nieuwe peildatum komen waarop het geld voor cluster-2-onderwijs moet worden gebaseerd, want het huidige budget is niet meer toereikend. We schieten hierbij niets op met incidenteel geld, want dit tekort is structureel en het budget moet dus ook structureel worden bijgesteld.

Tot slot merk ik dat mijn salaris als logopedist in het onderwijs behoorlijk achter blijft bij andere HBO-opgeleiden en dat het verschil met de eveneens HBO-opgeleide leerkrachten groeit. De afgelopen jaren heeft de nadruk vooral gelegen op het verbeteren van de arbeidsvoorwaarden van leerkrachten. Uiteraard met de hoop om het lerarentekort te verminderen, door de kloof tussen PO en VO te dichten. Het Onderwijs Ondersteunend Personeel, waaronder ook de logopedisten vallen, is echter niet meegegroeid met de salarissen van de leraren. Het maximale salaris van een logopedist (schaal 9) ligt lager dan dat van een startende leerkracht in L10. Bovendien worden alle directe collega-leerkrachten in het cluster-2-onderwijs betaald in L11. Dit verschil kan oplopen tot ruim 600 euro per maand. En dit terwijl de logopedisten in het cluster-2-onderwijs worden gezien als de specialisten in TOS en slechthorendheid. Logopedisten dragen in het cluster-2-onderwijs een zeer grote verantwoordelijkheid bij het behandelen en begeleiden van leerlingen met ernstige en vaak zeer complexe spraak-taalstoornissen. Ook hebben de logopedisten in cluster-2-onderwijs vaak een zeer gevarieerd takenpakket, waaronder ook het geven (en ontwikkelen!) van scholing en coaching van leerkrachten, geven van groepsbehandelingen in de klas, adviseren ten aanzien van het wel of niet toelaatbaar zijn voor cluster-2-onderwijs (vaak doorslaggevend), enzovoort. Logopedisten in het cluster-2-onderwijs worden gezien als specialist, maar dit komt niet tot uitdrukking in hun salaris. En dat voelt niet goed. Daarom zet ik mij in om de situatie van logopedisten in het (cluster-2-)onderwijs onder de aandacht te brengen en te verbeteren. Dit kan alleen door het herzien van functiebeschrijvingen en structureel geld voor salarisverhogingen van het OOP. Het is fijn dat dit in de nieuwe CAO geregeld is. Ik ben heel benieuwd hoe snel dit proces zal gaan verlopen en of inderdaad voor 1 augustus 2020 onze functiebeschrijvingen zijn herzien en geherwaardeerd. Ik vrees dat dit niet het geval zal zijn en dat het traject lang zal voortslepen voordat alles is afgerond.

Naast mijn inzet voor logopedisten zet ik mij ook in voor het andere Onderwijs Ondersteunend Personeel (OOP). Het OOP is Onmisbaar Onderwijs Personeel. Zonder het OOP kan de school niet functioneren, en is er geen extra ondersteuning meer voor zorgleerlingen. Het is belangrijk dat OOP-ers zichtbaarder worden, meer erkenning krijgen voor hun werk en meer inspraak krijgen in de scholen. De arbeidsvoorwaarden van OOP-ers laten nog veel te wensen over. Vandaar dat ik mij heb aangesloten bij #OOPdoetOOKmee. Samen staan we sterk en kunnen we veel bereiken. En daar was deze speech tijdens de onderwijsstaking in Zutphen een eerste aanzet toe.

Isolde Podt 

Mobirise